INHOUD CORTBEKE 2011-2013

– 30-01-11  Boerinnengilde Kerkom 1933

– 03-04-11  Het gezin Wera-Schoensetters van Lubbeek


– 31-08-11  Het Herendaalhof in Lubbeek


– 01-10-11  Biografie J.F. Mellaerts, inspirator en medeoprichter Boerenbond


– 14-02-12  De oudste ons bekende Wera’s


– 14-03-12  Herendaalpachters in de 17de en 18de eeuw


– 29-06-12  Louis Wera (°Kerkom 1867-†Lubbeek 1944)


– 02-01-13  Kemels en Oliviers in Kerkom, Pellenberg, Linden …


– 11-01-13  Het Kerkomse molenaarsgezin Kemels-Vanparys


– 03-02-13  Graven kinderen Kemels-Vanparys


– 07-02-13  De Bijvoordemolen op de Velp in Kerkom


– 12-04-13  Voorouders Kemels, molenaars in Pellenberg


– 13-04-13  Ook de oudste ons bekende Kemelsen waren molenaars


– 15-04-13  De familie Kemels en de Gasthuismolen van Pellenberg


– 20-05-13  Familie Oliviers van Linden en Kessel/Leuven


– 18-08-13  Herwerking oudere berichten


– 10-10-13  Egidius Josephus Stroobants (1797-1879) en Velphoven in Kerkom (1)


– 12-10-13  Egidius Josephus Stroobants (1797-1879) en Velphoven in Kerkom (2)


– 11-12-13  Egidius Josephus Stroobants (1797-1879) en Velphoven in Kerkom (3)


– 21-12-13  Grafkruis Joanna Schols, Linden 1776


De inhoudstafel met de berichten van 2006 tot 2010 vind je in het bericht van 07-01-2011.


Veel goede momenten in 2014!

Jan
 

GRAFKRUIS JOANNA SCHOLS, LINDEN 1776

 

Bij de ruimingsactie op het Lindense kerkhof in de jaren 1996-1998 verdween onder meer een kruis dat stond op het graf van Joanna Schols, dat dateerde van 1776. Dit lees ik in het jongste nummer van de Lubbeekse Historische Tijdingen waarin Peter Van Assche de kerkhoven van Lubbeek beschrijft.* De info over het witstenen grafkruis ‘met de mooi gebeeldhouwde kruisarmen waarin cherubijnenhoofdjes waren verwerkt’ haalde hij uit een artikel van Godelieve Vanzavelberg in het tijdschrift Oost-Brabant van 1989.** Zij schrijft dat het grafkruis, dat toen het oudste van Linden was, zich bevond aan de muur tussen het kerkhof en het kasteelpark, links van het grafelijke mausoleum waarvan het een tiental meter verwijderd was. In het artikel vind je ook een tekening van het nu verdwenen grafkruis.

Grafkruis Joanna Schols, Linden 1776 (2b).JPG

Vanuit mijn familiegeschiedenis kan ik Joanna Schols situeren als een van mijn voorouders. Ze is te vinden in de opgaande lijn Wera-Kemels-Oliviers-Schols.***
Joanna Schols overleed dus in Linden op 31 mei 1776. In het parochieregister schreef de pastoor dat Joanna, vidua Martini Oliviers en uxor Jacobi Croes, op 2 juni werd begraven.
Bij haar doopsel in de Sint-Michielsparochie van Leuven op 5 januari 1706 kreeg ze de voornamen ‘Joanna Catharina’; peter was Guilielmus Schollens, meter Joanna Schollens. Haar ouders waren Joannes Schollens en Joanna Maria Van Mellaert, die wellicht in Kessel woonden. Joanna’s familienaam werd in de documenten geschreven als ‘Schollens’ (doopsel), ‘Scols’ (huwelijk), ‘Schol’ en ‘Schols’.

Op 28 februari 1729 huwde Joanna Schols in de Leuvense Sint-Michielsparochie Martinus Oliviers (doopsel Leuven Sint-Michiel 19 april 1704). Nadat ze zeven kinderen hadden gekregen, allen gedoopt in diezelfde parochie, verhuisde het echtpaar blijkbaar in 1750 van Kessel naar Linden.**** Daar werd Martinus al op 27 april van dat jaar begraven. Nog geen drie maanden later, op 5 juli, hertrouwde Joanna er met Jacobus Croes. Daarvoor kreeg ze blijkbaar een speciale kerkelijke toestemming; de noden van het grote gezin en van de boerderij kunnen hier redenen geweest zijn. Joanna overleed in 1776, Jacobus werd op 4 januari 1779 begraven, ook in Linden.

Een van de kinderen van het echtpaar Oliviers-Schols was Michael (mijn voorvader, 1740-1806) die op ‘de Plein’ in Linden woonde, zoals ook enkele van zijn nakomelingen. Michaels dochter Elisabeth trouwde met Lambertus Kemels, molenaarszoon uit Pellenberg. Hun zoon Joannes Baptista werd molenaar aan de Velp in Kerkom. Diens oudste dochter Justina trouwde daar met Ludovicus Guilielmus Wera (pachter kasteelhoeve en burgemeester).

 
—————————————————-
* Peter Van Assche (archivaris gemeente Lubbeek), ‘De kerkhoven van Lubbeek’, in Lubbeekse Historische Tijdingen, 2013, nr. 9, p. 64.

** Godelieve Vanzavelberg, ‘Dromend over het kerkhof van Linden’, in Oost-Brabant, 1989, XIX, p. 195-196. In een e-mail schrijft Godelieve me dat ze bij het gemeentebestuur tevergeefs stappen zette om het grafkruis van vernietiging te redden.
Ook Adolphe Everaerts vermeldt in zijn studie uit 1880 dit kruis als een van de interessante grafmonumenten van Linden (Recueil de tombes et épitaphes à Louvain et dans ses environs, dl. 2: Environs, p. 445, nr. 1181).

*** Zie: bericht van 20-05-2013 op deze blog en ook
http://gw.geneanet.org/julens?lang=nl&v=OLIVIERS&m=N

**** Tijdens een bepaalde periode zou de pastoor van Linden ook Kessel, of een deel ervan, bediend hebben, maar ik weet nog niet om welke jaren het ging. 

EGIDIUS JOSEPHUS STROOBANTS (1797-1879) EN VELPHOVEN IN KERKOM (3)


In de vorige berichten kon je lezen dat Egidius Josephus Stroobants (mijn betovergrootvader) de Kerkomse Heilige Geesthoeve (Velphoven) pachtte voor een periode van 50 jaar of meer, die aanving in de loop van de jaren 1820.

Archiefstukken van het negentiende-eeuwse Leuvense Bureel van Weldadigheid, bewaard in het OCMW-archief en het Rijksarchief (zie hieronder), vertellen dat Pierre Devroye, die ook al in de Franse tijd de Kerkomse Hl. Geesthoeve pachtte, op 1 mei 1819 een nieuw huurcontract sloot. Blijkbaar is hij nadien nooit bij de notaris verschenen, en het contract werd geannuleerd.
Op 17 november 1819 kwam er voor de hoeve een nieuw contract tot stand voor een termijn van negen jaar tussen de eigenaar en Henry Antoine Stroobants wonende in ‘Kreykelberg onder Bierbeek’. Meer dan waarschijnlijk is deze Henricus Antonius de vader van de latere pachter Egidius Josephus: zijn roepnaam was ‘Antonius’; hij werd geboren in Bierbeek in 1766 en overleed er in 1836; zijn vrouw was Anna Maria Stroobants (°Veltem 1767-†Bierbeek 1839). Bewoonde deze man de verdwenen hoeve van Krijkelberg? (Voor meer info over de Stroobantsen zie: http://gw.geneanet.org/julens?lang=nl&m=NG&pz=maria%2Bjustina%2Brosalia&nz=wera&ocz=0&fn=&sn=Stroobants&v.)
Snel na de sluiting van het contract van november 1819 stelde Henricus Antonius Stroobants dat de notaris hem de hoeve niet had toegewezen en dat hij daarom niets zou betalen. De zaak sleepte aan. Uit brieven van juli-augustus 1822 blijkt dat de eigenaar via gerechtelijke weg de huur van twee jaar probeerde te bekomen.
Ik ken het vervolg van dit verhaal niet. Wellicht heeft Henricus Antonius Stroobants de Kerkomse hoeve nooit geëxploiteerd. Het is me ook onbekend wanneer ergens in de loop van de jaren 1820 de pacht van Egidius Josephus Stroobants begon. Het werd alleszins een pachttijd van een halve eeuw.


———————————————

Bronnen:
Archief OCMW Leuven, Briefwisseling van en aan het Leuvense Bureel van Weldadigheid (‘Section des Secours’) betreffende huur boerderij Kerkom, 29 mei 1819 tot 3 augustus 1822.  Briefwisseling mij in kopie bezorgd door de OCMW-archivaris.

Rijksarchief Leuven, Commissie Openbare Onderstand Leuven, nr. 6816: Tableau des fermes et des terres (…) appartenant aux pauvres de la ville de Louvain (…).

Uit dit laatste register komen de hierna volgende gegevens betreffende de verhuring van enkele goederen in Kerkom, Korbeek-Lo en Glabbeek.


Goederen van de Armen van de Vier Parochies van Leuven:

– Blad 3 en 82: goederen gelegen in Kerkom (oppervlakte: 29.03.80 – A 269, 270, 271, 272, 269, 287-2, 273, 274).
Betreft de Heilige Geesthoeve of Velphoven.

Pachter: Devroye Pierre (wonende in Kerkom), pachtcontract van 1 mei 1819, lopende tot 1828, pachtprijs van 470 (wellicht) gulden; contract werd geannuleerd.
E. Martens, die de geschiedenis van de parochie Kerkom schreef, noemt hem ‘Pierre Devroey’ en vertelt dat hij ook al in de Franse tijd de hoeve pachtte.
Pachter: Stroobants Henry Antoine (wonende in Kreykelberg onder Bierbeek), pachtcontract van 17 november 1819, lopende tot 1828, pachtprijs van 550 (wellicht) gulden.
Het gaat wellicht om de vader van mijn betovergrootvader Egidius Josephus. Bewoonde in Bierbeek misschien de verdwenen Krijkelberghoeve (in de buurt van Sint-Kamillus).

– Goed gelegen in Kerkom, gepacht door Stroobants Egidius (wonende in Roosbeek), pachtcontract van 30 juni 1818, pachtprijs van 90 (wellicht) gulden.
Het betreft hier geen boerderij.

Was Egidius de jongere broer (°Bierbeek 1767) van Henricus Antonius? Of was het Egidius Josephus, °Leuven 23 juni 1772, x(wonende in Korbeek-Lo) Roosbeek met Anna Catharina Drappier?


Goederen van de Grote Heilige Geest van Leuven:

– Blad 2 en 79: goederen gelegen in Korbeek-Lo (oppervlakte: 62.20.99).
Het
betreft wellicht de Heilige Geesthoeve (of Hof van Overloo) in Korbeek-Lo (Bierbeek), nu gelegen op het grondgebied van Leuven in de Oaselaan. Hoeve opgericht door de Abdij van Park, sedert midden 15de eeuw bezit van de Grote Heilige Geest van Leuven. Vierkantshoeve uit 17de-18de eeuw met kapel van Overloo (origineel gedeelte 11de eeuw, vergroot 17de eeuw). Sinds 1943 beschermd als monument.

Pachter: Stroobants Pierre Henry (wonende in Korbeek-Lo), pachtcontract van 30 juli 1818, lopende tot 1827, pachtprijs van 1200 (wellicht) gulden.
Het gaat hier wellicht om Petrus Henricus Stroobants, geboren in Bierbeek in 1772 als jongste zoon van Antonius (x Elizabetha Bisschop) en dus de broer van Henricus Antonius en de oom van mijn betovergrootvader Egidius Josephus.

– Blad 3 en 80-81: goederen gelegen in Glabbeek (oppervlakte: 43.41.30).
Het gaat hier om de nu verdwenen Hoeve van de Grote Heilige Geest.

Pachter: Costermans Jean Baptist (wonende in Glabbeek), pachtcontract van 23 september 1822, lopende tot 1831, pachtprijs van 550 (wellicht) gulden.
Jean Baptist is wellicht verwant aan mijn voorvader Peter Custermans die rond 1700 deze hoeve pachtte.


Ter info

Uit de Vandermaelen-kaarten ca. 1846-1855.JPG

Op deze Vandermaelen-kaart van ca. 1850 zie je twee hierboven vermelde oude Bierbeekse hoeven:
in het westen het Hl. Geesthof (nu op grondgebied Leuven) en in het zuiden de verdwenen Krijkelberghoeve.

EGIDIUS JOSEPHUS STROOBANTS (1797-1879) EN VELPHOVEN IN KERKOM (2)


Hieronder een uittreksel uit de Kerkomse Atlas der buurtwegen van 1845 met aanduiding van de ligging van het Hof ten Male (langs de ‘Chemin n° 2’), het Kasteel met hoeve (langs de ‘Sentier n° 16’ tegenover de kerk)  en Velphoven (langs de ‘Sentier n° 16’ en de ‘Sentier
nr. 12’). De ‘Sentier n° 16’ werd vroeger ook ‘Lubbeekse Voetbaan’ genoemd, vandaag is het de Kerkstraat met in het verlengde ervan de Heilige Geesthofstraat.


IMG_0279 - kopie (3).jpg

 

Vanuit het vorige bericht weten we dat Egidius Josephus Stroobants een vijftig jaar pachter was van de Kerkomse Heilige Geesthoeve of Velphoven. In het archief van het Leuvense OCMW vonden we verschillende stukken die betrekking hebben op dat pachthof. Hieronder volgt de beschrijving van enkele ervan. Met dank aan archivaris Dirk Vande Gaer voor de geboden hulp.

Velphoven Kerkom (OCMW-Archief) 002 (1829) - kopie.JPG


Brief van 5 juni 1829 van Egidius Josephus Stroobants

Stroobants vraagt aan de eigenaar om het pachthof te inspecteren ten einde reparaties te verrichten. De gebouwen waren in zeer slechte staat toen hij op het hof kwam, zo stelt de schrijver, en slechts een klein deel ervan werd hersteld.

Uit documenten van 1830 en 1831 blijkt dat er werken werden uitgevoerd.


Brief van 18 juni 1845 van E.J. Stroobants
(gericht aan het Bestuur der Godshuizen van de stad Leuven)

Stroobants vraagt om herstellingen uit te voeren aan de hoeve ten koste van het Bureel van Weldadigheid. De exploitatiekosten drukken zwaar op hem; het laatste anderhalf jaar stierven elf paarden aan een besmettelijke ziekte en de voorbije winter stierven 63 schapen.
Onderaan de brief (niet eigenhandig door Stroobants geschreven) staan ook de handtekeningen van de Tiense veearts C.J. Foelen, schepen J.B. Kemels en burgemeester Joseph Wera.

Velphoven Kerkom 1845  (OCMW-Archief Leuven), kopie.JPG


Document van 30 november 1845

De pacht (‘location publique de 1844’)  van ‘fermier’ E.J. Stroobants bedraagt  950 frank.


Brief van 1 mei 1867 van E.J. Stroobants

‘Kerkom den 1ste Mei 1867
De ondergeteekende E.J. Stroobants, pachter te Kerkom neemt de eerbiedige vrijheid U de toelating te vragen om eenen dorschmolen, door paarden bewogen, te mogen stellen in de hoeve door hem bewoond.
Uw zeer nederige dienaar
E.J. Stroobants’


Brief van 29 november 1867 van de gemeente Kerkom

Het gemeentebestuur van Kerkom, in een brief ondertekend door secretaris E.J. Roelants en burgemeester G.L. Wera, brengt het Armbestuur van Leuven ervan op de hoogte dat pachter Stroobants door de oprichting van een kareelbakkerij grote schade toebracht aan een hectare dennenbos toebehorend aan de ‘armen van Loven’.


Document van 17 maart 1870

Stroobants aanvaardt een pacht van 2600 frank voor het jaar 1871.


Brief van 25 juli 1876 van E.J. Stroobants
(gericht aan het Bestuur van de Burgerlijke Godshuizen van Leuven)

Stroobants vraagt om zijn huur (aangegaan door akten van 5 juni en 28 december 1871 bij notaris Verstraeten te Leuven) te mogen beëindigen na de oogst van het lopende jaar of op gelijk welk tijdstip van het volgende jaar. Als redenen geeft hij: overlijden van zijn vrouw, de hoge ouderdom, ziekte, gebrek aan dienstboden. Ook deze brief werd blijkbaar niet eigenhandig door hem geschreven.


Brief van 27 juli 1876 van zoon Victor Stroobants, met antwoord

Zoon Victor Stroobants vraagt om de pacht te mogen voortzetten. Hij schrijft dat hij al verscheidene jaren het hof leidt tot voldoening van de hele familie.

Het antwoord luidt dat eerst de beëindiging van de pacht van zijn vader moet geregeld zijn.
Een vertegenwoordiger van het Bureau van Weldadigheid bezoekt daarop de hoeve maar schrijft dat hij er weinig geleerd heeft. Vader-pachter Stroobants deed zijn beklag over allerlei zaken: de ouderdom, het overlijden van zijn vrouw, zijn personeel, zijn zoon.

[Gegevens burgerlijke stand:
Victor Stroobants, °Kerkom 8 februari 1839, †Kerkom 9 maart 1893,
x Cordelia (Cordula) Vangramberen, °Goetsenhoven 30 januari 1844, †Kerkom 20 oktober 1908; vier kinderen]


Brief van 10 januari 1877 van E.J. Stroobants, met antwoord

Stroobants verzoekt om de huur aan zijn zoon Victor te mogen overlaten. Hij is van plan om meubels en beesten te verkopen, indien het bestuur het goedvindt.

In een brief van 30 januari 1877 krijgt hij de toelating om de huur over te laten, ook om meubels en vee te verkopen.


Akte Bureel van Weldadigheid van 14 juni 1877

Er komt een einde aan de pacht van vader E.J. Stroobants.
De huur van pachthof, landen en weiden (28 ha. 9 are 90 centiaar), die inging op 30 november 1872 voor een termijn van 9 jaar tegen 2600 frank volgens contract van 13 juni 1871 bij notaris Vanoverstraeten in Leuven, wordt beëindigd na de oogst van de eerste vruchten van 1877, ten laatste op 30 september.
Ook eindigt huur van het ‘uitgerooide’ bos genaamd Elzendries (13 ha), die inging op 30 november 1870 voor 12 jaar tegen 1040 frank.
Stroobants mag in de hoeve blijven wonen tot 30 november 1877.


Akte Bureel van Weldadigheid van 21 juni 1877

De pacht gaat over naar zoon Victor voor 8 jaar te beginnen vanaf 30 november 1877; pacht van 2880 frank, voor het goed van 28 ha 9 are 90 centiaar.

[De relatie tussen de ouder wordende vader en zijn zoon Victor was blijkbaar verre van goed. Vader Stroobants sterft een twee jaar later, op 19 december 1892, in Roosbeek waar hij wellicht inwoonde bij een dochter in het gehucht Neerbutsel.]


Brief van de familie Stroobants van oktober 1909 en latere documenten

Weduwe Victor Stroobants, huurster van het pachthof, overleed op 2 oktober 1908 [volgens de burgerlijke stand op 20 oktober; zij was dus pachteres sinds het overlijden van haar man Victor in maart 1893]. Zij had vier kinderen, van wie Louis en Rosalia de uitbating willen voortzetten.

Uit latere documenten valt af te leiden dat Louis en Rosalia die toestemming kregen. Rosalia haakte na een tijd af en alleen de naam van Louis (later Lodewijk genoemd) kwam dan nog in de documenten voor.

Document van 30 november 1933: voor Lodewijk (Louis) Stroobants gaat een nieuwe huur van negen jaar in.
Na de dood van Louis – datum mij niet bekend – zette zijn weduwe, Maria Pardon, de pacht verder.

[Gegevens burgerlijke stand:
Ludovicus (Louis) Stroobants, °Kerkom 1 oktober 1880,
x Anna Maria Pardon; minstens twee kinderen: Eduardus Ludovicus °1912 en Joanna Baptista Theophilius °1914.
Zus Joanna Maria Rosalia Stroobants, krijgt op 11 oktober 1911 een kind en trouwt op 21 juni 1913 met Petrus Philips.]

Eduard Stroobants (°1912) volgde zijn ouders als pachter op, (wellicht) vanaf het midden van de jaren zestig (akte huuroverdracht van 01-12-1965).

Het OCMW van Leuven verkocht de hoeve op 1 december 1989 aan Luc Pardon, verwant aan de Stroobantsen, en zijn echtgenote; zij hadden Velphoven blijkbaar gepacht vanaf 1 december 1987. Ook vandaag zijn ze nog de exploitanten.

 

Velphoven Kerkom (1).JPG

 

 

EGIDIUS JOSEPHUS STROOBANTS (1797-1879) EN VELPHOVEN IN KERKOM (1)


In vorige verhalen focuste ik al op mijn Kerkomse betovergrootvaders
Josephus Joannes Wera (1781-1857, pachter kasteelhoeve en burgemeester),
Lucas Fets (1785-1864, landbouwer Hof ten Male) en
Joannes Baptista Kemels (1811-1892, molenaar aan de Velp).

Een andere betovergrootvader, ook aan moederszijde, is Egidius Josephus Stroobants, van wie we het gezin al voorstelden in het bericht van 07-03-2007. Decennialang pachtte hij in Kerkom de eeuwenoude Heilige Geesthoeve, ook Velphove(n) genoemd.

Popp, Kerkom 7, Velphove.JPG
Het Heilige Geesthof op de Poppkaart, 1860-1870

Egidius Josephus Stroobants – zijn roepnaam was wellicht Egidius – werd op 12 juli 1797 in Bierbeek geboren. Hij was een zoon van Henricus Antonius Stroobants (1766-1836) en Anna Maria Stroobants (1767-1839). Zijn ouders en voorouders waren in Bierbeek en Lovenjoel landbouwers/pachters; zijn grootoom Judocus Guillelmus Stroobants (1729-?1799) en diens zoon Engelbertus vonden we terug op het Bergenhof (huidige Oude Geldenaaksebaan) en zijn oom Petrus Henricus (°1772) pachtte wellicht de Hl. Geesthoeve in Korbeek-Lo (huidige Oaselaan). Zie voor meer gegevens over de familie Stroobants: http://gw.geneanet.org/julens?lang=nl&m=NG&fn=&sn=stroobants&v=

Op 30 januari 1827 huwde Egidius in Roosbeek Anna Elisabetha Van Gramberen. Zij werd in Roosbeek geboren op 16 oktober 1805 als dochter van Andreas Van Gramberen (1774-1839), afkomstig van Kerkom, en Maria Theresia Desie (1773-1842).

Het echtpaar Stroobants-Vangramberen kreeg in Kerkom tussen 1827 en 1846 tien kinderen. Dochter Rosalia trouwde met Henricus Fets (mijn overgrootouders).

In het archief van OCMW van Leuven bevinden zich twee bundels betreffende de Kerkomse Heilige Geesthoeve of Velphoven. In een brief van 5 juni 1829 verzoekt Egidius Josephus Stroobants, die al in 1827 in Kerkom woonde, om het pachthof te komen inspecteren teneinde reparaties te verrichten. De gebouwen, zo schrijft hij, waren in zeer slechte staat toen hij op het hof kwam en slechts een klein deel ervan werd hersteld. We mogen dus stellen dat Stroobants een halve eeuw de pachter van deze hoeve was, want zijn huur eindigde pas in 1877, toen zijn zoon Victor hem opvolgde.

Het Hof van Velphoven ontstond in de middeleeuwen (eerste vermelding 1352?) op een groot gebied gelegen tussen de Dries en de Boskant (met het pachthof op A 271, aan de huidige Heilige Geesthofstraat) dat eigendom was van de heren van Opvelp of Velp. Bij testament van 9 juni 1499 liet Nicolaas de Keersmaker van Leuven het hof na aan de Vier Kleine Heilige Geesten van Leuven, een overkoepelende (armen)tafel van de parochies Sint-Michiel, Sint-Jacob, Sint-Kwinten en Sint-Geertrui (dus zonder Sint-Pieter). In de periode 1860-1870 – zo vermeldt de kadastrale legger bij de Poppkaart – omvatte het Velphovendomein, dat toen in handen was van het Leuvense Bureel van Weldadigheid, een 66 ha: 33,72 ha bos, 31,17 ha akkerland, 58 a weide, 37 a tuin en enkele kleinere bezittingen.* 
Vier generaties Stroobants waren, dus vanaf de jaren 1820, pachters van de Heilige Geesthoeve (zie ook volgend bericht). Op 1 december 1989 verkocht het OCMW van Leuven de hoeve aan de huidige exploitanten, Luc Pardon en zijn echtgenote.

Toevoeging van 22-11-2013: Of moeten we spreken van vijf generaties Stroobants die de hoeve hebben gepacht? Een zekere ‘Henry Antoine Stroobants’, wellicht de vader van onze Egidius Josephus, zou op 17 november 1819 een huurcontract voor de Kerkomse hoeve hebben aangegaan. Later ontkende hij dat contract te hebben gesloten, een langdurig conflict met de eigenaar volgde. Hierover later meer in een derde stuk over Stroobants en Velphoven.

Velphoven Kerkom (2).JPG
De Heilige Geesthoeve of Velphoven (foto 2010)

In vroegere tijden leefden op zo’n grote hoeve heel wat mensen. Zo werd ook onze negentiende-eeuwse pachter Stroobants geholpen door vrouw, kinderen (van wie sommigen lang ongehuwd bleven) en dienstpersoneel. In het Kerkomse bevolkingsregister van 1846 (folio 129) vinden we voor de Hl. Geesthoeve (met als adres Boschkant 129) het volgende bewonerslijstje:

– 670 Stroobants Egidius Josephus, landbouwer, 49 jaar
– 671 Vangramberen Anna Elisabetha, landbouwster, 40 jaar
– 672 zoon Henricus, landbouwer, 18 jaar
– 673 dochter Joanna, landbouwster, 17 jaar
– 674 dochter Melania, landbouwster, 14 jaar (= Anna Maria Minonia)
– 675 zoon Guillelmus, 10 jaar
– 676 zoon Victor, 7 jaar
– 677 dochter Maria Rosalia (overgrootouder, huwde Henricus Fets)
– 678 zoon Joannes Franciscus, †8 maart 1854
– 679 Willio David, schoolonderwijzer, °Bierbeek, 25 jaar**
– 680 Timmermans Ludovicus, ‘knecht voor de landbouwerij’, °Kerkom, 25 j., tot april 1852
– 681 Timmermans Henricus, ‘knecht voor de landbouwerij’, °Kerkom, 17 jaar
– 682 Devos Josephus, ‘knecht voor de landbouwerij’, °Kerkom, 19 jaar
– 683 Duchène Baptiste, ‘knecht om de schapen te hoeden’, 24 jaar, gehuwd
– 684 Festraets Catharina, ‘dienstmeid voor de landbouwerij’, °Neervelp, 35 jaar, weduwe
Later aan de lijst toegevoegd :
– 684b Hendrickx Peeter Francis, ‘schaper’, °Webbekom, weduwnaar, vanaf februari 1848
– 685 Buysmans Jan Henri, ‘dienstknecht’, °Roosbeek 1824, ongehuwd, vanaf juni 1848
– 686 Willio Maria Monica, °Kerkom 28 februari 1851 
– 687 Willio Petrus Franciscus, °Kerkom 13 september 1852 
– 699 Debrie Franciscus, ‘dienstknecht’, °Meensel-Kiezegem, enkele maanden in 1854

Moeder Vangramberen overleed te Kerkom op 24 juni 1875. Vader Stroobants overleed op 19 december 1879 te Roosbeek, waar hij na het einde van zijn pacht in 1877 wellicht inwoonde bij zijn dochter Anna Maria Minonia (Roosbeek-Neerbutsel).

Velphoven Kerkom, achterkant met poort naar binnenplaats (9).JPG 

Velphoven Kerkom, oude voorgevel (5).JPG

 

In een volgend bericht krijg je een kaart met de ligging van Velphoven en wat meer wetenswaardigheden over Stroobants en Velphoven geplukt uit het Leuvense OCMW-archief.

___________________________________________
* L. Vanhove, ‘De eigendomsstruktuur in Kerkom in de tweede helft van de 19e eeuw’, in Oost-Brabant, 1981, jg. 18, nr. 4, p. 218-226.

Over de geschiedenis van Velphoven vind je meer gegevens in:
E. Martens, ‘Monographie de la paroisse de Kerkom (Brabant), Deuxième partie: Histoire civile et sociale’, in Hagelandse Gedenkschriften, 1913, jg.7, p. 54-56;
P. Kempeneers, Kerkom. Plaatsnamen en hun geschiedenis, Tienen, 2012, p. 84-85.

** David Willio (°Bierbeek 23 januari 1821) trouwde op 15 september 1847 in Lubbeek met Maria Theresia Grammet, dochter uit het tweede huwelijk van mijn voorouder Elisabeth Oliviers (1781-1874) met Judocus Grammet. Twee kinderen van David staan hier in het bevolkingsregister vermeld onder de nummers 686 en 687, zijn vrouw evenwel niet.
In 1865 liet meester Willio het huis bouwen dat staat op de hoek van de huidige Malendriesstraat en Kerkstraat en waarin later de zusters van de meisjesschool woonden. (Bron: D.C. Michiels, Beeldige Bautersemse vergelijkenissen, 2013, p. 171.)

Bij zijn huwelijk in 1882 in Diest was Petrus Franciscus Willio, de zoon van David, er apotheker. Zijn vader woonde toen als weduwnaar in Tienen, zijn moeder was al op 15 september 1857 in Kerkom overleden.

 

HERWERKING OUDERE BERICHTEN

 

Op basis van nieuw gevonden gegevens herwerkte ik enkele oudere berichten:

– 13-04-2013: Ook de oudste ons bekende Kemels waren molenaars

– 04-04-2007: De familie Fets buiten het Hof ten Male (toegevoegd 18-11-2013)

– 12-07-2006: Het Hof ten Male

– 31-03-2006: Woordenlijst

FAMILIE OLIVIERS VAN LINDEN EN KESSEL/LEUVEN

In de geschiedenis van de familie Kemels zagen we dat Philippus Lambertus Kemels, de jonge molenaar uit Pellenberg en vader van de Kerkomse Bijvoorde-molenaar, in 1810 trouwde met Elisabeth Oliviers, dochter van Michael Oliviers en Joanna Catharina Kiesecoms die in Linden woonden – Pellenberg en Linden grenzen aan elkaar en maken vandaag deel uit van Lubbeek.
Michael Oliviers en zijn nakomelingen waren op ‘de Plein’ in Linden, op de grens met Vlierbeek, ‘belangrijke’ burgers; zij waren landbouwer, grondeigenaar, (onderwijzer-)koster en actief in het gemeentebestuur. Over de voorouders van Michael, die in Kessel (en wellicht ook in Leuven) woonden, bezitten we heel wat gegevens die teruggaan tot de zestiende eeuw.¹ Zie voor dat laatste vooral mijn bladzijden op de website van GeneaNet: http://gw2.geneanet.org/julens_f?lang=nl&m=N&v=OLIVIERS. De oudste ons bekende voorouder in mannelijk lijn is Joannes Oliviers die op 5 november 1644 in Leuven Sint-Michiel huwde met Catharina De Brier; zij werd geboren in dezelfde parochie op 5 augustus 1609. 

Handtekening Michel Oliviers onder doopakte zoon Jacobus Sijlvester, Leuven 1 januari 1779 - kopie.JPG
Handtekening Michiel Oliviers
onder doopakte oudste kind, 1778


Het gezin Michael Oliviers-Kiesecoms van Linden

Ouders

Michael Oliviers

° (doopsel) Leuven St.-Michiel, 23 april 1740; ‘Michaël’, zoon van Martinus (°Leuven St.-Michiel 19 april 1704 – †Linden 27 april 1750) en Joanna Catharina Schols (ook Schol/Scols/Schollens; °Leuven St.-Michiel 5 januari 1706 – †Linden 2 juni 1776); peter Michiel Schol, meter Catharina Froeninx
† Linden, 5 augustus 1806, begraven op 7 augustus (parochieregister)²

Joanna Catharina Kiesecoms/Kiesecoems/Kiesecums

° (doopsel) Onze-Lieve-Vrouw-Tielt, 16 november 1754; dochter van Guillielmus Kiesecoms (ook Kisecoms/Kisekoms/Kiesekoms; °Tielt 25 september 1729 – †Tielt 30 juli 1781) en van Catharina Van Geertruijen (ook Van Geertruij/Van Geertruije/Vangeertruijen/Van Geertrueijen/Van Geertruijden/Van Geertruyden/Van Geetruij/Van Geetroij; †Tielt 28 augustus 1783); peter Adrianus Costermans, meter Joanna Catharina Ickx
De naam van mijn voorouder Joanna Catharina, in Linden soms ook Anna Catharina genoemd, vinden we in het Tieltse doopregister niet terug. Wellicht was zij het oudste kind van het echtpaar Kiesecoms-Van Geertruij geboren in november 1754, dat door de pastoor foutief als Anna Maria werd ingeschreven. Let erop dat haar meter Joanna Catharina heette en dat haar ouders pas trouwden in juni 1754, dus enkele maanden voor de geboorte van hun eerste kind. – Voor de oudere voorouders Kiesecoms zie mijn stamboom op GeneaNet.

† Linden, 7 juni 1830 (78 jaar, aangever o.a. zoon Norbertus Oliviers in wiens woning zij overleed)

Het paar trouwde in Onze-Lieve-Vrouw-Tielt op 13 mei 1777 (getuigen Jacobus Croes en Petrus Van Craesbeek).


Kinderen

1   N.N. Oliviers (hier toegevoegd op 18-12-2013) 
Meisje begraven
in Linden op 28 januari 1778 

2   Jacobus Sijlvester Oliviers
° 31 december 1778,  doopsel Leuven St.-Michiel  1 januari 1779; ouders woonachtig in parochie Linden, gedoopt in Leuven met toestemming van de Lindense pastoor; peter Jacobus Croes, meter Catharina Vangetr(?)ijden van O.-L.-V.-Tielt (= grootmoeder Van Geertruijden)
† Linden, 3 juni 1824 (blijkbaar ongehuwd)

3   Elisabetha Oliviers (molenaarster in Pellenberg, landbouwster in Lubbeek) – voorouder; zie bericht van 12-04-2013
° (geboorte en doopsel) Linden, 18 maart 1781; ouders: Michael afkomstig van Leuven en Joanna Catharina Kiesecoms afkomstig van Tielt; peter Petrus Oliviers in naam van Guil. Kiesecums, meter Elizabetha Oliviers 
† Lubbeek, 24 september 1874
x Linden, 8 mei 1810 met Philippus Lambertus Kemels; drie kinderen geboren in Linden/Pellenberg tussen 1811 en 1814
xx Pellenberg, 3 mei 1815 met Judocus Grammet; twee kinderen geboren in Pellenberg tussen 1816 en 1818
xxx Lubbeek, 2 augustus 1821 met Petrus Van Hacht; drie kinderen geboren in Lubbeek tussen 1822 en 1826

Petrus Franciscus Oliviers (landbouwer in Linden)
° (geboorte en doopsel) Leuven St.-Michiel, 3 november 1783; ouders van deze parochie en wonende in Kessel; peter Petrus Craesbeek, meter Joanna B(?)uelens
† Linden, 10 juni 1848
x Linden, 17 juni 1807 met Catharina Boogaerts/Bogaerts (° en doop Linden 16 april 1784, dochter van Guilielmus Boogaerts en Joanna Schols – †Linden 17 mei 1862); zes kinderen geboren in Linden tussen 1807 en 1824

Maria Anna Oliviers
° (geboorte en doop) Linden, 14 december 1786; vader afkomstig van Kessel; peter Petrus Oliviers, meter Maria Anna Van Craesbeek
† (begrafenis) Linden, 10 maart 1793

Norbertus Jacobus Oliviers (landbouwer, koster en onderwijzer in Linden)
° (geboorte en doop) Leuven St.-Michiel, 25 oktober 1789; ouders woonachtig in Kessel; peter Norbertus Jacobus Van Craesbeeck, meter Joanna Schols
† Linden, 6 april 1866 (gewezen onderwijzer-koster en landbouwer; aangegeven door zoon Jacobus Cornelius, koster en landbouwer)
x Herent, 23 januari 1822 met onderwijzeres Maria Catharina Hoemans (° en doop Herent 14 oktober 1791, dochter van Petrus  en Anna/Joanna Catharina Cremers – †Linden 20 november 1874,  gepensioneerde onderwijzeres, wonende op de Plein bij zoon Jacobus Cornelius); vijf kinderen geboren in Linden tussen 1823 en 1832, van wie er een of twee priester werden.

Anna Catharina Oliviers (landbouwster/pachteres Dievenhof in Lubbeek)
° (geboorte en doop) Linden, 10 februari 1793; vader afkomstig van Kessel; peter Joannes Corthout, meter Clara De Raeymaeker in naam van Anna Schols
† Lubbeek, 7 november 1867  (landbouwster, overleden in haar woning: het Dievenhof)
x Linden, 22 november 1815 met Franciscus Coosemans (°Leuven St.-Michiel 14 juli 1789, zoon van Guilielmus en Elisabeth Van Parys wonende in Kessel – †Lubbeek 7 januari 1849); Franciscus was, alleszins vanaf 1822, pachter van het Dievenhof in Lubbeek, met zes ‘dienstboden’ in 1846, gebouw uit 1728 nu gerestaureerd met als adres: Staatsbaan 217); acht kinderen geboren in Lubbeek tussen 1816 en 1836.

Michaël Oliviers (molenaar in Holsbeek)
° Linden, 11 maart 1797 (niet teruggevonden in doopregister Linden, datum afkomstig uit zijn Holsbeekse huwelijksakte – volgens de overlijdensakte was zijn geboortedag 9 februari)
† Holsbeek, 28 oktober 1879 (rentenier)
x Holsbeek, 7 juni 1826 met Maria Clara Huygens (°Holsbeek 26 oktober 1808, dochter van Hendrik, pachter, en Maria Theresia Weynaerts/Weynants – †Holsbeek 18 oktober 1834);  vijf kinderen geboren in Holsbeek tussen 1827 en 1834
xx Holsbeek, 29 juli 1835 met Maria Theresia Marant (°Holsbeek 31 mei 1796, dochter van Joannes Marant en Elisabetha Bourgignon, weduwe van Joannes Van Lier  –  †Holsbeek 19 november 1878); geen kinderen
Michael was molenaar in Holsbeek. Hij woonde in het ‘Dorp’ (bron: bevolkingsregister). Hij werd als molenaar opgevolgd door Judocus Oliviers (°Linden 26 september 1815, zoon van Petrus Oliviers en Anna Catharina Boogaerts). Het ging hier wellicht om de verdwenen molen op de Meesberg. Of had Holsbeek nog een andere molen?


In de bevolkingstelling van Linden van het jaar IV van de Franse Republiek staat Michel Oliviers als eerste vermeld; hij ondertekende (eind 1795) ook de telling als ‘M. Oliviers, adjoint’ (schepen); J.H. Van Wijngaerden was ‘maijeur de Linden’. Het adres van de Oliviersen was: ‘la plaine de Linden’. Michel was landbouwer, 55 jaar en woonde al 45 jaar in Linden, sinds 1750. Zijn vrouw was toen 45 jaar (zij zou dan geboren zijn in 1750, maar rond dat jaar was er geen geboorte van een Kiesecoms in Tielt; haar ouders trouwden pas in 1754) en verbleef 18 jaar in Linden, wat overeenkomt met haar huwelijksdatum 1777. Staan verder vermeld: zoon Jacobus, 14 jaar (= Jacobus Sylvester,°31 december 1779), dochter Elisabeth, 12 jaar (= Elisabetha, °18 maart 1781) en drie  kinderen onder de 12 jaar (= Petrus Franciscus, °3 november 1783; Norbertus Jacobus, °25 oktober 1789; Anna Catharina, °10 februari 1793) plus een mannelijke en een vrouwelijke dienstbode.

In een lijst met twaalf eigenaars van karren en paarden in Linden van april 1795 staat Michiel Oliviers als eerste vermeld met één kar en één paard. Twee Lindenaars bezaten twee paarden, in totaal werden er 12 karren en 14 paarden geteld.³


Tot slot

Bij zijn geboorte woonden de ouders van Michael Oliviers in Kessel (deel van het latere Kessel-Lo). Kessel behoorde toen tot de Leuvense Sint-Michielsparochie. In 1750 verhuisden zij naar Linden, waar ze ook overleden (vader al in datzelfde jaar). Michael woonde op ‘de Plein’, een woonkern dicht bij de abdij van Vlierbeek. Bij de doop van het derde en vijfde kind staat evenwel Kessel als woonplaats van de ouders vermeld. (Ik stel me ook de vraag of de grens tussen Kessel en Linden ooit veranderde.)

Michael was landbouwer, en wellicht ook koster, zoals vele van zijn nakomelingen tot ca. 1935. Ook is hij schepen geweest, alleszins was hij dit in 1795 en 1804, en in zijn jongere jaren misschien ook meier.
Op 5 mei 1792 spraken de Lindense schepenen recht ‘ten huyschen Michiel Oliviers’.4  Om welk huis ging het hier? Was Michiel de bouwheer van het nog bestaande achttiende-eeuwse huis ‘In den Engel’ op de hoek van de Kortrijkstraat en de Nachtegalenstraat? Of verkreeg zijn weduwe in 1815 dit huis bij de verkoop van de onroerende  goederen van wijlen Engelbertus Coosemans?5 Het is evenwel mogelijk dat deze aankoop een huis betrof dat hogerop in de Kortrijkstraat gelegen was, aan het Kerkstraatje.

Michaels zoon Norbertus Jacobus, landbouwer en koster, woonde alleszins in Den Engel waar hij tijdens de wintermaanden aan een tachtig kinderen les gaf. Hij deed dat vanaf 1806. Op een vraag daaromtrent van de hogere overheid antwoordde het gemeentebestuur in 1824 dat Norbertus – hij was in 1822 met een onderwijzeres uit Herent getrouwd – wel geen attest van bekwaamheid bezat, maar dat hij in zijn taak voldeed; hij onderwees immers al vanaf zijn achttiende jaar. Pas in 1861 kreeg Linden een schoolgebouw met een gediplomeerde onderwijzer.
In 1825 was het pachthof Oliviers aan de Plein één van de zes grote pachthoven van Linden.6

Linden, Kortrijkstraat (3).JPG

Linden, Kortrijkstraat (1) - kopie.JPG
‘In den Engel’ langs de Kortrijkstraat in Linden, 1786

___________________________________________________________________________

1 In zijn studie Oude families van Kessel-Lo I (p. 67) schrijft Eduard Vanderloock dat de familie Oliviers verwant is met de zeven geslachten van Leuven. ‘De Oliviersen waren kleine, vinnige en sluwe mannen die tweehonderd jaar op de Plein te Linden de voornaamste burgers waren.’ ‘In den Engel’ op de Plein was bewoond door deze familie.

2  In zijn werk van 1880 vermeldt Adolphe Everaerts het grafkruis van Michael Oliviers en zijn vrouw als een van de merkwaardige monumenten van het kerkhof van Linden (Recueil de tombes et épitaphes à Louvain et dans ses environs, dl. 2: Environs, p. 445, nr. 1180). Het kruis droeg als tekst: Hier leyd begraven Michaël Oliviers, sterft den 5 augusti 1806, oud 63 jaren (en op de achterkant) en syne huysvrouw Anna. O.(?) Kiesecoms, sterft den 7 juny 1830, oud 76 jaeren. Bid voor de ziele.  Volgens deze tekst zou echtgenote Kiesecoms dus geboren zijn in 1754, volgens haar overlijdensakte in 1752.
Everaerts zag op het kerkhof ook het grafkruis van Joanna Schols, de moeder van Michael Oliviers (zie hiervoor het bericht van 21-12-2013) en dat van Michaels broer Petrus, die in Linden overleed op 9 juli 1824, en diens vrouw Joanna Buelens.

3  Bron: Rijksarchief Leuven, Heerlijkheden, dorpen en schepenbanken van de kantons Leuven, nr. 1128: Lijsten voor militaire lasten en vergoedingen 18de eeuw, Liste der karren ende peerden die zich actuelijck bevinden binnen den dorpe van Linden, 6 april 1795.

4  Bron: Rijksarchief Leuven, Heerlijkheden, dorpen en schepenbanken van de kantons Leuven, 1184.

5  Bron: E. Vanderloock, Oude families van Kessel-Lo I, p. 70; info uit e-mail van Anny Coosemans.

6  Bron pachthof, onderwijzer-kosterschap en bestuursfuncties van de Oliviersen o.a. ook: H. Verbist, Geschiedenis van Linden. Het verloren dorp, Linden, 1974, p. 73-74, 123, 131, 133, 141-142, 145, 149 en 179;  J. Halflants, K. Scheys en G. Vanzavelberg, De Sint-Kwintensparochiekerk te Linden, Heemkring Libbeke, 2002, p. 108. 

DE FAMILIE KEMELS EN DE GASTHUISMOLEN VAN PELLENBERG

Over drie eeuwen vinden we leden van de familie Kemels als molenaars terug in wind- en watermolens, die vandaag zijn verdwenen of nog bestaan, verspreid over dorpen in Antwerpen en Vlaams-Brabant: Schoten, Noorderwijk, Tielen, Pellenberg, Kortrijk-Dutsel, Lovenjoel, Kerkom, Vissenaken.

Joannes Baptista Kemels en zijn vrouw Maria Elisabeth De Kepper (mijn voorouders; zie bericht van 12-04-13) kochten in 1769 de Gasthuis- of Hospitaalmolen van Pellenberg (Lubbeek). Meer dan een eeuw waren Kemels de molenaars van dit Hagelandse dorp.

Voor de geschiedenis van deze molen doe ik vooral een beroep op het degelijke onderzoek van de heemkundige kring van Lubbeek: J. Halflants, J. Meulemans, K. Scheys en G. Vanzavelberg, Het Gasthuisdomein te Pellenberg: bos, boerderij en molen, Heemkring Libbeke, 2001, p. 71-90. Met bijzondere dank.

Oude Gasthuismolen - kopie.jpg
De oude Gasthuismolen met rechts het nieuwe gebouw dat rond 1900 werd opgetrokken.
Foto verzameling Kris Scheys (Heemkundige Kring Libbeke).

In Pellenberg bezat het Sint-Elisabethgasthuis (of Sint-Pietersgasthuis) van Leuven vanaf de twaalfde eeuw een groot domein. De oude Gasthuishoeve en de Gasthuisbossen zijn vandaag nog restanten van die eeuwenlange exploitatie. Ooit stond er op het domein, op enkele honderden meters van de Gasthuishoeve, ook een windmolen, vooral gebruikt om graan te malen.

In 1742 – stond er voordien ook al een molen? – werd op de vlakke heuvelrug van Pellenberg, 90 à 106 meter hoog, een molen opgericht met links ervan, gezien vanaf de Molenstraat, een woning zonder verdieping. Het ging om een houten achtkantige bovenkruier op een stenen onderbouw. Het gasthuis verhuurde de molen achtereenvolgens aan Hendrick Borremans samen met Joannes Baptista Van Camp, aan Cornelis Coenen en aan Martinus Wauters gehuwd met Josina Van Campen.
Eigenaardig genoeg, reeds op 16 juni 1769, na amper 27 jaar uitbating, verkochten de gasthuiszusters-augustinessen de molen met bijgebouwen, huis en erf (1,8 ha) aan Joannes Baptista Kemels en zijn vrouw Maria Elisabeth De Kepper: … den Grooten Siecken Gasthuijse vercregen tegens voor de somme van drij duysent vijff hondert guldens courant … De kopers gingen hiervoor een hypotheek aan. Daarmee werd het goed belast met een jaarlijkse en eeuwigdurende rente, die elk jaar op 10 juni aan het gasthuis werd betaald.

Verschillende zonen hielpen Jan Baptist bij zijn werk. De molen floreerde blijkbaar en de molenaar-eigenaar werd wellicht welgesteld en/of een persoon met aanzien. Op 24 september 1797, ten tijde van de Franse overheersing, wordt hij bijvoorbeeld in de registers van de burgerlijke stand vermeld als ‘agent municipal et officier public de l’état public’.* Drie jaar voordien diende hij een aanvraag in om in Westerlo een graanwindmolen te mogen bouwen (akte van 1-01-1794 te vinden in het Archief Provincie Antwerpen, L241A/8).

Jan Baptist Kemels overleed op 10 oktober 1814 op 70-jarige leeftijd. Al op 15 september van dat jaar ontving zoon Guilielmus Henricus Kemels, toen molenaar in Kortrijk-Dutsel** en gehuwd met Anna Maria Achten, de windmolen en aanhorigheden als zijn erfdeel. De hypotheek erfde hij mee. Rond 1850 bezat hij in Pellenberg bijna 5 ha grond, waarop de molen, het molenaarshuis en nog een tweede woning zich bevonden. ‘Guillaume’, die ook als landbouwer staat opgetekend, was eerste schepen van Pellenberg, alleszins van 1831 tot 1842. Ondertussen werd mijn voorouder Jan Baptist Kemels, zoon van een jongere broer van Guillaume, molenaar in Kerkom.

Guilielmus Kemels overleed op 78-jarige leeftijd op 22 september 1854. Als molenaar werd hij opgevolgd door zijn zoon Joannes Franciscus Kemels, gehuwd met Maria Theresia Boogaerts.*** Hij overleed al vijf jaar later, op 21 juni 1859. Weduwe Maria Theresia Boogaerts, moeder van  tien kinderen van wie acht dochters, zette zijn taak verder. Zoon Guilielmus, mede-eigenaar en molenaar, overleed in 1868 op 32-jarige leeftijd. Op 20 juli 1877, dus na bijna honderd jaar Kemels-exploitatie, verkochten Maria Theresia en haar vier dochters de molen aan Joannes Remigius Vloeberghs, molenaar te Houtvenne. Vloeberghs verkocht in oktober 1892 op zijn beurt de molen aan Jozef Wierinckx.

In 1898 besloot Wierinckx een nieuw gebouw naast de windmolen te plaatsen om er moderne machines aangedreven door petroleum in onder te brengen. De windmolen zelf werd in 1915 definitief stilgelegd. De houten romp werd enkele jaren later afgebroken en de stenen onderbouw in 1997. In de gebouwen van de vroegere industriële maalderij, die in 1975 de activiteiten stopte, is nu een polyvalente horecazaak gevestigd. De oude molengebouwen en omgeving zijn beschermd.

Pellenberg Molen Wierinckx.jpg

Pellenberg Molen Wierinckx 2008.jpg

Foto’s  (verzameling Kris Scheys) van de twintigste-eeuwse ‘industriële’ molengebouwen. Op de foto links zie je nog de stenen onderbouw van de windmolen.

__________________________________________
* Op 31 mei is Kemels in deze functie al vervangen door Pierre Van Mellaert. Ook in andere gemeenten zien we dat burgers deze hun door het departementsbestuur opgelegde functie snel neerlegden.

** Molenaar Guilielmus Kemels vestigde zich na zijn huwelijk in Dutsel waar in november 1808 zijn eerste kind werd geboren. Ook in februari 1818 werd er nog een dochter geboren, maar in oktober 1820 werd zijn jongste kind in Pellenberg gedoopt.
Kortrijk-Dutsel heeft maar één molen gekend, de nu verdwenen windmolen die op 1 km ten zuidwesten van de kerk lag, op het Molenveld (kadastraal perceel B257). Deze korenmolen werd in 1657 of in 1672 gebouwd en geraakte na een blikseminslag in 1922 in onbruik, waarna hij in 1938 werd gesloopt. (Bron: www.molenechos.org)

Verdwenen molen Kortrijk-Dutsel.jpg
Foto verzameling Ons Molenheem
uit http://www.molenechos.org.

*** Na zijn huwelijk vinden we Joannes Franciscus Kemels en zijn vrouw terug in Lovenjoel waar ze van juli 1836 tot april 1847 vele kinderen kregen. Uit de daaropvolgende geboorten kunnen we afleiden dat ze ten laatste in januari 1850 terug in Pellenberg woonden.
De genoemde watermolen van Lovenjoel (Bierbeek) betreft wellicht de Heystmolen. Deze korenmolen werd in 1749 gebouwd aan een aftakking van de Molenbeek en werd in 1896 buiten werking gesteld. Hij wordt nu gebruikt als woning (gelegen aan de Bijzondere Weg) en is samen met de omgeving beschermd. (Bron: www.molenechos.org)

Heystmolen Lovenjoel.jpg

Heystmolen Lovenjoel (2).jpg

Foto links Niels Wennekes, foto rechts verzameling Ons Molenheem uit http://www.molenechos.org.



OOK DE OUDSTE ONS BEKENDE KEMELSEN WAREN MOLENAARS


Voor gegevens over de oudere Kemelsen doe ik een beroep op de onderzoeksresultaten van Lodewijk Mertens (lodewijkm) en Danny Matthé (mirrith2007) te vinden op GeneaNet, alsook op de nieuwe zoekrobot van het Rijksarchief. Ooit geraak ik nog wel eens in de Antwerpse archieven. De door ons bestudeerde familie Kemels was immers afkomstig van die provincie.
Op 15-08-2013 bracht ik hier nog meer gegevens aan, speciaal voor Noorderwijk, Herentals en Olen, die ik ontving van Fons Verwimp uit Herentals; met dank.

De Pellenbergse molenaar Jan Baptist Kemels (1744-1814) stamde uit het gezin Kemels-Wouters:
– Lambertus Kemels
° (doopsel) Vorselaar, 29 januari 1714
† Tielen, 22 februari 1781
x Olen, 3 februari 1740 met
– Anna (Maria?) Wouters
° (doopsel) Olen, 13 april 1718; dochter van Adrianus Wouters, molenaar Buulmolen in Olen (°Noorderwijk 1 of 8 juli 1681 – †Olen 8 november 1759) en Dymphna Helsen (°Olen 1 januari 1693 – †Olen 14 augustus 1775) die in Olen tussen 1718 en 1734 acht kinderen kregen; kleindochter van Adrianus Wouters (°Noorderwijk 19 mei 1631 – †na 1690) en Adriana De Becker (°Herenthout ca. 1650 – †Noorderwijk 24 april 1694) die in Noorderwijk tussen 1679 en 1690 vijf kinderen kregen. Voor meer gegevens over de familie Wouters zie: http://gw.geneanet.org/julens_f?lang=nl&m=NG&fn=&sn=Wouters&v.
† Tielen, 25 februari 1806

Ons bekende kinderen van het koppel Lambertus Kemels-Wouters zijn:
1 Joannes Baptista Kemels (voorvader)
° (doopsel) Wezemaal 25 mei 1744
† Pellenberg, 10 oktober 1814
x Maria Elisabeth De Kepper
2 Suzanne Maria Kemels
° (doopsel) Tielen, 8 juni 1758
† Tielen, 18 december 1833
x Tielen, 30 januari 1782, met Joannes Baptista Wouters (doopsel Tielen 13 mei 1758, zoon van Petrus 1725-1759 en Anna Catharina Van Steenberghen 1724-1767 – †Tielen 3 oktober 1838, landbouwer); zes kinderen geboren in Tielen tussen 1784 en 1805
3 Corneel Frans Kemels, wonende in Gierle (bron akte notaris Frans Jozef Noydens te Gierle van 17-08-1783)

Vader Lambertus Kemels was molenaar op de watermolen van Tielen (nu deelgemeente van Kasterlee). Dat blijkt uit notarisakten: akte van 25 mei 1754 (notaris August Frans Noydens te Lille) betreffende de verpachting van de watermolen van Tielen met als betrokken partijen: Lambrecht Kemels en Van de Gracht, baron de Rommerswael*; en een akte van juni 1767 waarbij molenaar Kemels een akkoord sloot met inwoners van Gierle. De molen, die al in de late middeleeuwen bestond, was gelegen aan de Aa (die in Grobbendonk in de Kleine Nete uitmondt). Het huidige molenhuis met langgevelhoeve (Watermolenstraat 5) dateert van 1681, dus nog voor de tijd van Kemels. Het beschermde gebouw, gelegen in een rustige, idyllische omgeving, werd in 2011 nog openbaar verkocht. (Bron: www.molenechos.org)

Watermolen Tielen (foto Donald Vandenbulcke 2009).jpg

Watermolen Tielen (foto Erwin Hannes 2010).jpg

De watermolen van Tielen: foto’s van Donald Vandenbulcke (links) en Erwin Hannes (rechts), afgedrukt op de website van Molenecho’s.


Onze Tielense Lambertus Kemels (1714-1781) was de zoon van
– Cornelius Kemels, molenaar in Schoten (Heymeulen)
° (doopsel) Noorderwijk, 24 november 1686; peter Joannes Nelens in de plaats van Cornelius Nelens, meter Magdalena Van Tielen
† na 12 augustus 1715 (op die dag huurden hij en zijn vrouw voor een notaris in Schilde een windmolen met molenhuis – info Fons Verwimp)
x Herentals, 13 april 1711 (getuigen Gasparus Van den Heeden en Joannes De Vos) met
– Catharina Van Olmen
° Herentals, ca. 1690
† na 12 augustus 1715


Cornelius Kemels stamde uit het gezin Kemels-Peeters:
– Walterus Kemels, molenaar op de Gasthuismolen te Noorderwijk (nu deelgemeente van Herentals)
° Schriek, ca. 1660
† Noorderwijk, 9 januari 1696
x Noorderwijk, 22 augustus 1685 (getuigen Franciscus De Vleeshouwer en Petrus Lobrans) met
– Catharina Peeters
° ca. 1660
† na 1696
Als weduwe hertrouwde Catharina met Lambertus Lambrechts (doopsel Rijkevorsel 10 mei 1669, zoon van molenaar Cornelius en Anna Pauwels – †Zoersel 11 april 1749), molenaar te Noorderwijk (Gasthuismolen), Gierle, Wechelderzande, Zoersel.

Als kinderen van het koppel Walterus Kemels-Peeters kennen we:
1 Cornelius Kemels (voorvader)
°
(doopsel) Noorderwijk, 24 november 1686
x Catharina Van Olmen
2 Anna Kemels
° (doopsel) Noorderwijk, 19 maart 1690; peter Petrus Heylen, meter Anna Peeters
† Noorderwijk, 19 maart 1696
3 Joanna Kemels
° (doopsel) Noorderwijk, 29 januari 1692; peter Petrus Verboven, meter Joanna Ooms
† na 4 februari 1750 (Joanna, weduwe van Jan Lambrechts, was toen partij in een notarisakte opgemaakt door August Frans Noydens te Lille)
x Noorderwijk, 17 maart 1709 (of 1708?) met Joannes Lambrechts (doopsel Oostmalle 22 mei 1674, zoon van molenaar Cornelius en Anna Pauwels – †vóór 4 februari 1750), molenaar op de Gasthuismolen te Noorderwijk, te Gierle en te Wechelderzande; het echtpaar kreeg tussen 1710 en 1722 zes kinderen. Joanna en haar moeder (tweede huwelijk voor haar) trouwden dus met broers Lambrechts.
4 Theresia Elisabeth Kemels
° (doopsel) Noorderwijk, 13 december 1693; peter Joseph Hendrickx, meter Theresia Peeters
† vóór 1 juli 1758
x Noorderwijk, 28 mei 1713 met Petrus Wouters (°ca. 1685 – †vóór 1 juli 1758)

 

De Kemelsen: het betreft hier overduidelijk een geslacht van molenaars, alleszins van in de tweede helft van de zeventiende eeuw tot vandaag. 


Wie kan me meer inlichtingen bezorgen over een van de hierboven vermelde molens? Met dank op voorhand. 

______________________________________

* Het betreft hier wellicht Rogier Filip Van der Gracht, baron de Rommerswael, die getrouwd was met Maria Catharina Van Varich. Hij kocht in Mechelen een groot huis dat nu nog bestaat en gelegen is in de Goswin de Stassartstraat.

VOOROUDERS KEMELS, MOLENAARS IN PELLENBERG


Het was geen toeval dat mijn Kerkomse betovergrootvader Jan Baptist Kemels (1811-1892; zie de voorgaande berichten) van beroep molenaar was. Zijn voorvaders aan vaderskant waren dat al generaties lang; de stiel vroeg om kunde en wellicht ook om financiële middelen.

Voor de ouders van Jan Baptist moeten we naar Pellenberg en Linden. Hij werd op 29 januari 1811 te Linden geboren als oudste kind van Philippus Lambertus Kemels en Elisabetha Oliviers die er het jaar voordien getrouwd waren. Elisabeths ouders woonden in Linden (zie een van de volgende berichten), die van Philippus Lambertus in Pellenberg*.
Het huwelijk Kemels-Oliviers was van korte duur. In 1814, toen zijn zoon amper zes was, overleed Philippus Lambertus op 26-jarige leeftijd; hij was toen molenaar in Pellenberg (zie hierover meer bij de gegevens over zijn ouders hieronder).


Data gezin Kemels-Oliviers

Ouders
Philippus Lambertus Kemels (roepnaam wellicht Philippus)
° Pellenberg, 8 augustus 1787; peter Lambertus Kemels uit Pellenberg, meter Anna Wouters uit Tielen
† Pellenberg, 1 april 1814
x Linden, 8 mei 1810 (getuigen Joannes Baptista Kemels en Jacobus Silvester Oliviers) 
met
Eliz/sabetha Oliviers

° Linden, 18 maart 1781, dochter van Michael en Joanna Catharina Kiesecoms; peter Petrus Oliviers in naam van Guil. Kiesecums uit Tielt, meter Elizabetha Oliviers uit Linden
† Lubbeek, 24 september 1874 (in woonhuis van zoon ‘gestaan kort aan de Plaats’)

Kinderen
Joannes Baptista Kemels (voorouder)
° Linden, 29 januari 1811 (geen doopakte beschikbaar) 
† Kerkom, 3 januari 1892
x Kerkom, 30 oktober 1833, met Maria Josephina Vanparys (1807-1880)

Marie Elisabeth Kemels
° Pellenberg, 2 januari 1813
+ Leuven, 21 december 1887
x Leuven, 27 april 1843 met Louis (Ludovicus) Vollen, °Vissenaken Sint-Pieter, 30 maart 1811, zoon van Guilielmus en Maria Catharina Janssens; het echtpaar had een handelszaak in de Diestsestraat in Leuven en kreeg twee kinderen geboren in 1847-1849.  

Elisabeth Kemels
° Pellenberg, 14 december 1814
† Pellenberg, 14 december 1814, 5 uur ’s morgens, 3 uur oud

Weduwe Elisabeth Oliviers baarde haar derde kind, dat na de geboorte overleed, dus meer dan acht maanden na de dood van haar man. Zij hertrouwde nog tweemaal: in 1815 met Judocus Grammet (van wie twee kinderen geboren in Pellenberg 1816-1818**) en in 1821 met Petrus Van Hacht (van wie drie kinderen geboren in Lubbeek 1822-1826). Met haar tweede man, die nog een tijdje mee in de Pellenbergse molen had gewerkt, verhuisde Elisabeth naar Lubbeek. Zij was er, ook samen met haar derde man, in de buurt van de kerk in de landbouw actief. Van daaruit trouwde zoon Jan Baptist Kemels in Kerkom de weduwe van de Bijvoordemolenaar.

Huwelijk Philippus Lambertus Kemels en Elisabetha Oliviers, Linden 8 mei 1810 (3).JPG
Huwelijksakte Kemels-Oliviers, parochieregister Linden 1810

Philippus Lambertus Kemels was een zoon uit het Pellenbergse molenaarsgezin van Joannes Baptista Kemels en Maria Elisabeth De Kepper. Hij was het jongste van de elf kinderen die geboren werden tussen 1768 en 1787.
Kemels en De Kepper woonden als jonge paar enige tijd in Tielen, maar in 1769 al kochten zij in Pellenberg de Gasthuismolen van de Leuvense gasthuiszusters (Sint-Elisabeth/Sint-Pietersziekenhuis) – uit notarisakten van de provincie Antwerpen blijkt dat de familie niet onvermogend was. Maar liefst vier van hun zonen en ook kleinzonen waren er molenaars: meer dan een eeuw waren deze Kemelsen de molenaars van Pellenberg. Over de geschiedenis van hun windmolen lees je meer in een van de volgende berichten.


Data gezin Kemels-De Kepper
Ouders

Joannes Baptista Kemels
° (doopsel) Wezemaal, 25 mei 1744, zoon van Lambertus en Anna Maria Wouters; peter Joannes Baptista Wouters, meter Elisabet (sic) de Wijgaert
† Pellenberg, 10 oktober 1814 (molenaar, weduwnaar)

Maria Elisabeth De Kepper
° (doopsel) Herenthout, 17 oktober 1742, dochter van Gomarus en Elisabeth Dens; peter Gomarus De Kepper, meter Anna Maria Dens

Kinderen
Anna Digna Kemels (ook Anna Dimphna)
° Pellenberg, 22 november 1768; peter Gaspar Van Wauterloe, meter Anna Wauters
† Bierbeek, 13 februari 1832

x Pellenberg, 21 april 1789, met Guilielmus Wauteleers (°Bierbeek 1740 – †Bierbeek 10 april 1816); landbouwers in Bierbeek

Joannes Baptista Kemels
° (doopsel) Pellenberg, 12 oktober 1770; peter Joannes Baptista Peeters, meter Anna Catharina Boogaerts
† Pellenberg, 1 augustus 1793 (ongehuwd)

Maria Catharina Kemels
° (doopsel) Pellenberg, 21 oktober 1772; peter Joannes Baptista Dewils, meter Maria Catharina Van Oversteijns
† Pellenberg, 5 december 1772

Lambertus Kemels
° (en doopsel) Pellenberg, 4 november 1773; peter Franciscus Peeters in naam van Lambertus Kemels, meter Catharina Van Goethem
x Lubbeek, 3 augustus 1802 – Lambert was toen molenaar in Pellenberg – met Petronilla Nijs, °Lubbeek 12 januari 1778, dochter van Joannes Georgius Nijs (kleinzoon van Herendaelpachter en voorouder Henricus Wera) en van Maria Catharina De Raeymacker/De Raijmakers

Guilielmus Henricus Kemels
° (doopsel) Pellenberg, 25 februari 1776; peter Guilielmus Henricus Boogaerts, meter Susanna Maria Kemels
† Pellenberg, 22 september 1854 (zonder beroep; aangegeven door zoon Joannes Franciscus Kemels, molenaar in Pellenberg)***
x Pellenberg, 30 juli 1806 met Anna Maria Achten/Hachten/Van Acht, °Leuven St.-Michiel 5 oktober 1780, dochter van Joannes Baptist Achten (°ca. 1745 Zichem) en Catharina Mathuv/wis (°ca. 1750 Leuven), †Pellenberg 12 januari 1864
Tussen 1808 en 1820 kreeg het echtpaar Kemels-Achten zes kinderen waarvan de eerste vijf in Kortrijk-Dutsel werden geboren. Vader Guilielmus was daar immers molenaar (windmolen op het Molenveld) vooraleer hij zijn vader in Pellenberg opvolgde. De jongste zoon Petrus Albertus, in 1820 in Pellenberg geboren, werd priester. Diens oudere broer Joannes Franciscus (°1811) volgde later zijn vader op als eigenaar-molenaar van de Pellenbergse Gasthuismolen.

Petrus Kemels
° (en doopsel) Pellenberg, 8 januari 1778; peter Guilielmus Meeus in naam van Petrus Wouters, meter Maria Catharina De Bon
† Pellenberg, 7 oktober 1779

Petrus Guilielmus Kemels
° (en doopsel) Pellenberg, 23 februari 1780; peter Guillielmus Mues, meter Anna Catharina De Bon
† Pellenberg, 24 mei 1810 (29 jaar, ongehuwd, molenaar; aangever Philippus Lambertus Kemels, molenaar)

Elisabeth(a) Kemels
° (en doopsel) Pellenberg, 13 november 1781 (tweeling); peter Joannes Baptista Peeters, meter Elisabeth Wera wonende in Lubbeek
† Linden, 4 juni 1858

x Pellenberg, 1 april 1807 met Joannes Bogaerts, weduwnaar van Maria Magdalena Peeters, wonende in Linden, landbouwer, °Sint-Joris-Weert 17 februari 1749, zoon van Petrus en Joanna Coppens, †Linden 23 april 1808; één kind geboren te Linden in 1807
xx Linden, 2 augustus 1809 met Henricus/Hendricus/Hendericus Sliepers/Slepers, °Lubbeek 5 maart 1779, zoon van Joannes en Maria Elizabetha Van Weddingen die trouwden te Lubbeek op 05-10-1773, †Linden 29 september 1845; Henricus was landbouwer, het paar kreeg vier kinderen geboren in Linden tussen 1815 en 1824.

Joannes Franciscus Kemels
° (en doopsel) Pellenberg, 13 november 1781 (tweeling); peter Franciscus De Bon, meter Magdalena Struijf
In 1815 en 1825 vinden we hem terug in Leuven; hij was er meelverkoper.

10 Joannes Henricus Kemels
° (en doopsel) Pellenberg, 2 september 1784; peter Joannes Baptista Kemels, meter Anna Digna Kemels
† Pellenberg, 20 september 1794

11 Philippus Lambertus Kemels (voorouder)
° Pellenberg, 8 augustus 1787; peter Lambertus Kemels uit Pellenberg, meter Anna Wouters uit Tielen
† Pellenberg, 1 april 1814 (molenaar)
x Linden, 8 mei 1810 met Elisabetha Oliviers


In de bevolkingstelling van het jaar IV (1796) van Pellenberg vinden we het gezin van J.B. Kemels onder nr. 130 tot 134; zij woonden toen op de Ganzendries:

130 Jan Baptist Keemels, 51 jaar, molenaar, sinds 28 jaar in de gemeente
131 Zijn vrouw Marie Keuppens, 53 jaar, sinds 28 jaar in de gemeente
132 Peeter Kemels, 15 j. (= Petrus Guilelmus, °23 februari 1780)
133 Francis Kemels, 13 j. (= Joannes Franciscus, °13 november 1781)
134 Elisabeth Kemels, 13 jaar (= Elisabeth, °13 november 1781)
plus 1 kind onder de 12 jaar (= voorouder Philippus Lambertus, °8 augustus 1787)

De Gasthuismolen van Pellenberg
waar de familie Kemels een eeuw lang de wieken deed draaien. 

(fotocollectie Kris Scheys, Heemkundige Kring Libbeke)
Oude Gasthuismolen.jpg

 

In een volgend bericht vinden we de nog oudere Kemelsen terug in de huidige provincie Antwerpen. Zij waren er als molenaars in meerdere dorpen actief. De bovenvermelde, en ook andere, genealogische gegevens over de familie Kemels vind je ook op http://gw2.geneanet.org/julens?lang=nl&m=N&v=KEMELS.

_____________________________________
* Blijkbaar woonden er ook in vroegere tijden al mensen met de naam ‘Kemels’ in Pellenberg. Een zekere Elisabetha Kemels, getrouwd met Petrus Schermers, kreeg er immers tussen 1647 en 1653 vijf kinderen.

** Dochter Marie-Thérèse Grammet huwde in 1847 David Willio. We kwamen hem vroeger al tegen toen hij als onderwijzer in Kerkom onderdak vond op de kasteelboerderij aldaar bij mijn overgrootvader Ludovicus Wera. 
*** In zijn werk van 1880 vermeldt Adolphe Everaerts het houten grafkruis van Guilielmus als een van de opvallende monumenten van het toenmalige Pellenbergse kerkhof (Recueil de tombes et épitaphes à Louvain et dans ses environs, dl. 2: Environs, p. 455, nr. 1202).