De Hagelandse Van Kelecoms en hun Leuvense roots


Genealogen weten dat de parochiepastoors lange tijd vrij karig waren in de gegevens die ze optekenden in hun doop-, huwelijks- en begrafenisregisters, bijzonder in die laatste. Zo ook de pastoor van de Leuvense Sint-Geertruiparochie. Wel maakte hij een kleine uitzondering voor overledenen die op een of andere manier, ook al was het als werknemer, betrokken waren bij de ‘adellijke’ Sint-Geertruiabdij.
Zo noteerde in het jaar 1702 de toenmalige pastoor in zijn register dat op 29 oktober int kerkhof met een gesonge misse Joos Kelecom van Sinte Gertruijde Persse werd begraven. Toen in 1710 Maria Aerts, de weduwe van de voornoemde Judocus Van Kelecom overleed, werd hetzelfde huis als plaats van overlijden vermeld. Deze Persse kan niet anders dan het Wijnpershuis van Sint-Geertrui zijn geweest. Het gebouw werd rond 1550 opgetrokken en staat vandaag binnen het domein van de provinciale secundaire school ‘De Wijnpers’, met het statuut van beschermd monument (zie foto hierbij).

Judocus en Maria trouwden in de Leuvense Sint-Jacobsparochie op 5 juli 1671, en kregen er zeven kinderen. Nadien moeten ze dus naar het nabije Sint-Geertrui verhuisd zijn. Zij betrokken dan (misschien samen met anderen) het wijnpershuis van de abdij, maar dat wel in een tijd dat de wijnbouw in ons land het moeilijk kreeg – het werd te koud en de concurrentie met vooral Franse wijn werd onhoudbaar.
Ook Judocus’ ouders kennen we: Cornelius Van Kelecom en Catharina Denot. Met hun grote gezin van negen kinderen woonden zij in de Sint-Jacobsparochie.


De voornoemde stadsbewoners zijn de voorouders van ‘mijn’ meer dorpse Hagelandse Van Kelecoms. Jaren geleden stelde ik op deze blog reeds sommigen van hen voor. Van Kelecoms trouwden immers met dochters van mijn voorouders Wera en Fets.
Een van hen was Patricius Van Kelecom (1822-1899). Hoewel hij in Bunsbeek werd geboren, leefde hij na de dood van zijn eerste vrouw als landbouwer in Breisem, een gehucht van Kumtich. Hij woonde daar met zijn tweede echtgenote Maria Helena Fets, dochter van mijn voorouders Lucas Fets en Hermelindis Maria Barbara Coekelberghs (het paar dat op oudere leeftijd Breisem verliet voor het Hof ten Male in Kerkom, de plek van mijn kinderjaren). Patricius en Maria Helena kregen tien kinderen.

Als we Patricius Van Kelecom (°1822) beschouwen als generatie I dan is de Leuvenaar Judocus (gehuwd met Maria Aerts) zijn voorouder als generatie VI. Diens vader Cornelius (gehuwd met Catharina Denot) tekent dan voor generatie VII. Tussen de Leuvense generaties en die van Patricius liggen nog generaties die woonden in Bertem, Kumtich en Bunsbeek.

In mijn stamboom-zoektocht vond ik tot hiertoe naast Leuven leden van de Van Kelecom-familie terug in Bertem, Kumtich, Bunsbeek, Glabbeek-Zuurbemde, Kerkom en Lubbeek.
Onlangs kwam ik via een e-mail in contact met een Van Kelecom uit het Pajottenland, waar ook heel wat van zijn naamgenoten te vinden zijn én waren. En online las ik ondertussen dat de naam ‘Van Kelecom’ uit die streek zou stammen: een verwijzing naar Kelegem, een gehucht van Schepdaal, waarmee het oude adellijke geslacht Van Keleghem verbonden is.

Wat meer duidelijkheid over deze familie verschaffen wellicht mijn Geneanet-bladzijden:

https://gw.geneanet.org/julens_w?lang=nl&m=N&v=van+kelecom

Gemeenschappelijke voorouders langs vaders- en moederskant

Daar het leven van veel van mijn voorouders zich afspeelde binnen het Hageland kan het bijna niet anders of in mijn stamboom duiken gemeenschappelijke voorouders op van vader (Jef Ulens) en moeder (Maria Wera).
Het gaat dan wel niet om Ulensen want mijn grootvader Jan Ulens (1874-1954) was vanuit het grensgebied met Haspengouw een inwijkeling in het meer centrale deel van het Hageland; hij vond in Binkom een plaats als onderwijzer in de gemeenteschool. Zijn tweede vrouw, grootmoeder Blandina Tuyls (1876-1968), had daarentegen wel zuiver Hagelandse roots. Dat was ook het geval met mijn voorouders langs moederskant, grootvader Arthur Wera (1872-1945) en grootmoeder Celestina Fets (1879-1954), al vond ik de oudste mij bekende Wera terug in Bierbeek, ook een grensgebied met Haspengouw.

We kennen voorvader Henricus Wera (1674-1746) als pachter van de Lubbeekse Herendaelhoeve, eertijds bezit van de abdij van Park. Een van zijn voorgangers op het hof was Joannes De Vroye, zoon van Hilarius, pachter in Bierbeek. Zijn vrouw was Maria Fronincx (1626-1692).  Joannes werd op 10 november 1668 door soldaten gedood – in oorlogstijd lagen die grote boerderijen er toen onverdedigd bij, ten andere niet veel later staken Franse soldaten Herendael in brand en moesten de Parkheren de grote hoeve heropbouwen.
De hierboven genoemde De Vroijes hebben een plaats in de stambomen van mijn vader en moeder.

Barbara De Vroije (1649-1730), dochter van Joannes en Maria, trouwde met Henricus Schoe(n)setters (1645-voor 1680) en had van hem twee dochters.
Maria Schoensetters (1675-1727) trouwde met Joannes Jonaert (1662-1705) en hun dochter Catharina (1703-1738) trouwde met Joannes Petrus De Cupere (1708-1738), van de bekende Binkomse familie: voorouders van mijn vader en moeder.
De tweede dochter van Barbara, Catharina Schoensetters (1676?-1737), trouwde in tweede huwelijk met Henricus Wera, de hierboven al genoemde (nieuwe) pachter van Herendael en voorvader van mijn moeder. Uit dat huwelijk werden vijftien kinderen geboren – velen overleefden hun kindertijd.

En mijn verhaal loopt nog even verder. Onze Barbara De Vroije overleefde haar eerste man en hertrouwde met Petrus Scheijers (1637-1705, ‘vermoord door de Fransen’ schrijft de pastoor – ook hij). Hij was pachter van het Hof van Schoonbergen in Lubbeek. Hun eerste kind was Henricus, die zijn vader zou opvolgen. Deze Scheijers (Scheys) hadden een kleine twee eeuwen later mijn Binkomse grootmoeder Tuyls als nakomeling.


Nog een ander voorbeeld van gemeenschappelijke voorouders waren Joannes Durinckx (1673-1732) en zijn vrouw Anna Cauwenbergh (1681-…) uit Meensel.
Hun dochter Joanna Catharina (1714-1800) trouwde met Arnoldus Geens (1706-1779), molenaar op de watermolen van Kleerbeek (Houwaert). Zoon Petrus Geens zocht zijn werkdomein op de windmolen in Binkom. Je raadt het al: ze zijn voorvaders langs mijn vaderskant.
Dochter Elisabeth Durinckx (1709-1758) nam een Glabbeekse boer als man: pachter Antonius Matthias Fets, terug te vinden in de stamboom van mijn moeder Maria (haar ouders waren Celestina Fets en Arthur Wera).


Voor meer info (en controle op dit verhaaltje) zie mijn stamboon op Geneanet:
https://gw.geneanet.org/julens
Meer info over het hof van Herendael vind je op deze blog met de berichten van 3 april 2011, 31 augustus 2011 en 14 maart 2012.


Familie Wera en Wereldoorlog I

Henricus Wera (1674-1746) beschouw ik als een van mijn legendarische voorouders. Hij was in de eerste helft van de achttiende eeuw pachter van het Lubbeekse Herendaelhof, eigendom van de Parkabdij. Dankzij zijn vijftien kinderen zorgde hij, samen met zijn vrouw Catharina Schoensetters (1676?-1737), voor een uitgebreid nageslacht. Wat onbewust ging ik ervan uit dat een grote meerderheid van hen landbouwers waren, naast misschien pastoors en onderwijzers, wat uiteraard fout was.
Een tijdje geleden wees Edward (Chille) Michiels, na de lectuur van een artikel in Brabant Cronikel, me erop dat een verre nazaat van Hendrik Wera het tot stafchef van het leger bracht, luitenant-generaal Maximilien Wielemans, en dat tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Foto Wielemans, bron Ars Moriendi
Volgen we even de ‘voorgeschiedenis’ en loopbaan van deze man.
Maximiliens moeder was Carolina Catharina Henckens; haar vader, geboren in Nederlands Limburg, was boekdrukker in Sint-Truiden en nadien in Diest. Zij had als overgrootouders Lambertus Van Weddingen en Anna Maria Wera (1707-1750), dochter van onze Lubbeekse pachter Hendrik. Hun dochter Joanna Catharina was de jongere voorouder van Maximilien.
Bij de geboorte van Maximilien was zijn vader André Félix Wielemans, generaal-majoor, in Gent gekazerneerd. Zijn vader en grootvader waren bakkers in Elsene en misschien ook in Brussel. Oudere voorouders stammen uit Hoeilaart, Diest en Tienen.
Zie voor Wielemans’ afstamming ook mijn bladzijden op: https://gw.geneanet.org/julens?n=wielemans&oc=&p=maximilianus+felix+eugenius.

Maximilianus Felix Eugenius Wielemans werd op 10 januari 1863 dus in Gent geboren, uit Brabantse ouders. Hij bouwde, naar het voorbeeld van zijn vader, een militaire carrière uit en werd luitenant-generaal. In 1913 werd hij kabinetchef van de minister van Oorlog, vanaf 6 september 1914 was hij stafchef van het Belgische leger (eerst waarnemend) en dat tot aan zijn overlijden.
Wielemans stierf op 5 januari 1917 te Houtem (bij Veurne); als oorzaken staan vermeld: longontsteking, myocarditis, Spaanse griep. Hij was toen gedomicilieerd in Elsene en weduwnaar van Angèle Blanc du Clos. De overledene werd op het kerkhof van Houtem begraven. Koning Albert was daarbij aanwezig, minister Carton de Wiart (of was het eerste minister Charles de Broqueville?) sprak de grafrede uit. De nieuwe stafchef was Louis Rucquoy.
Meer dan andere hogere militairen lijkt Wielemans begrip te hebben gehad voor de verzuchtingen van de Vlaamse soldaten tijdens de oorlog. Van een man met Vlaams-Brabantse roots zou men dat wel mogen verwachten …
(Vanaf 23 januari 1915 tot 18 oktober 1918 was het hoofdkwartier van het Belgische leger gevestigd in de pastorie van Houtem.)

Koning Albert op begrafenis Wielemans
Koning Albert op de begrafenis

Begrafenis Wielemans 2
De hulderede aan het open graf

 

 

 

 

 

 

 

Graf Wielemans 2
Het grafmonument van Wielemans in Houtem


Een andere nazaat van pachter Hendrik Wera was mijn grootvader
Arthur Wera (1872-1945)Vanaf 1900 was hij gemeentesecretaris van Kerkom; na amper twee jaar had hij zijn job als onderwijzer in Lubbeek opgegeven – een voorloper van de huidige jonge onderwijsverlaters?

Godelieve Vanzavelberg mailde me onlangs dat in het oorlogsdagboek van Alphonse Halflants, notaris en burgemeester van Lubbeek, sprake is van de gemeentesecretaris van het naburige Kerkom.

Op 9 oktober 1918 staat er geschreven: “Alhoewel de vrede op komst is, wordt ons geen enkele last bespaard. De bezettende macht gedraagt zich alsof de bezetting eindeloos zal doorgaan. De gemeentesecretaris van Kerkom werd op willekeurige wijze aangehouden en hij kwam slechts vrij na negen dagen gevangenschap. Zijn onschuld was zo klaar als de dag en de valsheid van zijn aanklagers was zo evident dat een van beiden zelf achter slot en grendel belandde.”
Daarover heb ik binnen de familie nooit iets gehoord.
(De Heemkundige Kring Libbeke wil het vermelde oorlogsdagboek dit jaar uitgeven.)

Untitled-Scanned-17
Arthur Wera (1907)

————————————————-
Bronnen:
– E-mailberichten van Edward Michiels en Godelieve Vanzavelberg.
De kwartierstaat van Lt.-Gen. Maximilien Wielemans, in: Brabant Cronikel, 2014, jg. 18, nr. 1, p.4-5.
Félix Wielemans, in : website Wikipedia.
– Websites: onroerenderfgoed.be; westhoekverbeeldt.be; dengrootenoorlog.nl.
P. Chielens en P. Trogh (red.), De geschreven oorlog. Anthologie van teksten van het front in België 1914-1940, In Flanders Fields Museum, 2016, p. 574.

Cortbeke van Skynet Blogs naar WordPress

Beste lezer

Je hoorde er wellicht al van: Skynet Blogs stopt ermee. Mijn Cortbeke-blog over mijn familiegeschiedenis bracht ik ondertussen over naar het WordPress-platform.
Het geheel van de lay-out vraagt aanpassingen. Vooral rond beeldmateriaal kwam er heel wat storende witruimte. Dat bijwerken valt niet mee, zo ondervond ik al. Mag ik de nodige tijd ervoor uittrekken?

Groeten
Jan Ulens